De 5 grootste fouten als je de verwarmingsketel vervangt naar nieuws overzicht

04 Oktober 2019

Naarmate je verwarmingsketel ouder wordt, neemt zijn efficiëntie af en neemt het risico op panne toe. Erg vervelend, want dat gebeurt dan doorgaans na een lange rustperiode, bij het begin van het verwarmingsseizoen. Een lagere efficiëntie jaagt het verbruik de hoogte in, wat je ook voelt in je portemonnee. Je oude cv-ketel vervangen door een nieuw verwarmingssysteem is dan ook een slimme investering, die je snel kunt terugverdienen. Deze 5 veelgemaakte fouten moet je dan zeker vermijden.

1. Het vermogen van de nieuwe ketel is te groot
Het vermogen van oude stookketels is traditioneel ruim bemeten. Bij het vervangen ervan kiezen heel wat mensen zonder meer voor een type met hetzelfde vermogen.

Maar zich daarop baseren, of op de afmetingen van de bestaande radiatoren, is geen goed idee. Misschien heb je ondertussen betere isolatie of hoogrendementsglas in de ramen. Dat vermindert de verwarmingsbehoeften.
Doorslaggevend bij de keuze van een nieuwe ketel is het type woning. Wanneer die ketel ook moet zorgen voor de productie van sanitair warm water, spelen het aantal badkamers, eventuele ligbaden en het type douche(s) een belangrijke rol bij de dimensionering.

De verwarmingsexperten van ENGIE raden een vermogen van 20 à 25 kW aan, wat doorgaans ruim voldoende is om een correct geïsoleerde eengezinswoning te verwarmen, zélfs wanneer de ketel tegelijk moet instaan voor de warmwaterproductie. Met een te groot vermogen is de aankoop van de ketel nodeloos duurder. Hij verbruikt ook meer brandstof.

2. De leidingen worden niet nagekeken
In oude installaties kunnen zich roest, stof en andere vervuilende deeltjes opstapelen. Wanneer die in de ketel zelf terechtkomen, kan dat zijn goede werking beperken. Dat is vooral zo bij de nieuwste types ketels, die een vrij beperkte waterdoorgang hebben. Daarom is het aangewezen om eerst het hele verwarmingscircuit te reinigen en twee filters te plaatsen. De eerste, een vuilfilter, plaats je voor de ketel, de tweede, een luchtfilter, ‘na’ de ketel.

Bij een stookolieketel moet je ook de diameter van de toevoerleiding van de tank naar de ketel laten bekijken. Recente modellen hebben kleine debieten. Als de toevoerleiding dan te breed is, kan er te veel lucht in het circuit stromen en kan je ketel in panne vallen.

3. De verwarming heeft geen klimaatregeling
Heel wat klassieke verwarmingsketels behouden constant dezelfde temperatuur. Bij het minste warmteverlies – zoals die van een kleine afwasbeurt – kunnen ze dan weer aanslaan om opnieuw hun streeftemperatuur te bereiken. Dag en nacht, winter en zomer. Maar zelfs tijdens het stookseizoen heb je 60 procent van de tijd die hoge, vaste temperatuur niet nodig.

Met een klimaatregeling – de officiële omschrijving is ‘weersafhankelijke regeling’ – kan je de werking van je verwarmingsketel afstemmen op je variërende behoeften, op basis van de heersende buitentemperatuur. Dat systeem kan de temperatuur van de ketel verlagen en zo nutteloos verbruik vermijden. Om het optimaal te laten functioneren, is een correcte plaatsing van de buitensensor essentieel. De beste plaats is meestal een noordelijke of noordwestelijke gevel, op een hoogte van 2,5 meter. Er bestaan ook oplossingen zonder buitensensor, die ontvangt meteo-gegevens via internet. Een ander alternatief is de modulerende ketel. Die past zijn werking via de kamerthermostaat automatisch aan aan het verschil tussen de gevraagde en de heersende binnentemperatuur.

4. De rookgasafvoer is niet aangepast
De meeste oude ketels werken op hoge temperatuur, meestal tussen 75 en 85 °C. Ze worden doorgaans vervangen door een condenserende ketel. Die werkt op een lagere temperatuur, tussen 35 en 55 °C. Ook de temperatuur van de afvoergassen ligt dan een pak lager. Daarvoor is dan weer een aangepast buissysteem voor het rookgasafvoerkanaal in de schouw nodig. Anders kunnen de rookgassen in de schouw condenseren en vochtproblemen veroorzaken.

5. Een systeem op lage temperatuur is niet altijd geschikt
Het is niet altijd mogelijk om van een ketel op hoge temperatuur over te stappen op een systeem op lage temperatuur. Niet alle verwarmingssystemen zijn daarvoor geschikt. Belangrijk voor een systeem op lage temperatuur is dat de oppervlakte die de warmte afgeeft, voldoende groot is, zoals bij vloerverwarming en wandverwarming.

Bron: Het Laatste Nieuws - ENGIE

Delen op

Jouw woning ook verkopen/verhuren? Contacteer ons